Wim De Cauter

Biografie

° 1955

Wim De Cauter knutselde reeds als kind wonderbaarlijke tuigen in elkaar: kranen, vlotten, bruggen, fonteinen...

Deze fascinatie voor tuigen tussen architectuur, natuur en techniek is zijn werk blijven kenmerken, wat vaak in surrealistische, visionaire beelden resulteert.
Hij volgde de richting monumentale kunsten in Sint-Lukas Gent en werkte daarna in de alternatieve architectuur.
Hij is altijd als beeldhouwer bezig geweest, maar ook als theaterbouwer, lesgever en ontwerper.
Hij realiseerde reeds vele monumentale installaties voor scholen, dorpen, pleinen….

www.wimdecauter.be

Beschouwingen
Het werk van Wim De Cauter bevindt zich op het snijpunt tussen techniek en fantasie, ingenieurskunst en escapisme, vakmanschap en droomproductie.
Zoals Panamarenko een leerling is van de vliegtuigenbouwer da Vinci zo is De Cauter tegen wil en dank een geestesgenoot van Panamarenko.
Als kind maakte hij al kranen op stootkarren die echte bewegende grijparmen hadden, en dat was lang voor hij met kunst bezig was.
Zijn beeldhouwkunst gaat altijd over in mechanica en omgekeerd: zijn tuigen zijn altijd al onderweg om beeldhouwwerken te worden.
Deze dubbele aanleg tussen kunstenaar en (zijn latere opleiding tot) mechanicus, grijpt ook dieper.
Bijna al zijn werken zijn metamorfoses: een automobiel wordt een rog die overgaat in een vrouwkont, een geologisch proces uit grotten wordt een designobject, plantenstammen worden harnassen, machineonderdelen lichtende cultuurtotems. Deze overgang van natuur naar cultuur en terug, geeft zijn werk iets sprookjesachtig: ‘toen de machines nog spraken…’
Zijn werken bevinden zich bewust in de dromerige schemerzone van de kinderlijke, verbaasde omgang met de wonderen der techniek.
Zoals de techniek spreekt van (heropstanding van) de natuur.
Utopie van de naadloze eenheid van natuur en techniek, mens en machine, droom en realiteit.

Zo is ook zijn duikboot een droomtuig. Hij bestaat uit twee aan elkaar gelaste, oude verroeste roeiboten. Ook dat is een metamorfose: niet alleen de omvorming van twee bovenwatertuigen om te vormen tot een onderwatertuig, maar ook de omvorming van overschot, van oud tuig, van twee wrakken tot een totaal nieuw, poëtisch tuig is een gedaanteverwisseling. Het is een vis. Natuurlijk. Zijn ogen zijn vanzelfsprekende patrijspoorten. De vis is altijd een organische duikboot geweest en de duikboot altijd al een mechanische vis. Bij De Cauter wordt deze archaïsche, voorwereldlijke laag van de techniek volop en steeds op een andere wijze aangeboord.
Elk werk stamt tegelijk uit de Oertijd en uit de science fiction…

Ook de Sous-marin sauvage  is eerder dan een wilde, een barbaarse duikboot – sauvage staat hier eerder voor primordiaal en primitief dan voor gevaarlijk of ongetemd. Elk voertuig, zeker een onderwater tuig, is ook een vluchttuig. Ondergronds gaan in het water… de duikboot als uitvlucht. Weg zijn… Vluchten kan men niet alleen door zich te verplaatsen maar ook door te verdwijnen, door op te gaan in de achtergrond, door onzichtbaar te worden.

Dit thema, of deze techniek, van de camouflage zien we ook in andere werken zoals de Meteorenrijder, een voorhistorische kosmonaut als houten klaas-ridder, vermomd in brons.

De Sous-marin sauvage vormt een drieluik met een auto als rog met vrouwenkont de Erotomobiel en een zweefvliegtuig gebouwd uit takken, Le planeur sauvage, een soort van tarzan-versie van een sportvliegtuig (het tuig kwam ook bijna van de grond op een helling). Helaas heeft dit werk de tand des tijds (en de hellingen) niet doorstaan. De erotomobiel uit polyester bestaat nog en de duikboot kan mee voor de eeuwigheid. Als kunstwerk. Op een rode sokkel.